Enkele jaren geleden werd viognier geënt op oude wortelstokken van cinsault, in een bodem van vulkanisch gesteente, kalk en zand. De resultaten van deze ‘nieuwe’ aanplant waren zo uitstekend dat Henri Bour er een witte monocépage van maakt. Als de druiven geoogst zijn, gaan ze na ontstelen en inweking voor vergisting op vat.
De druif voor deze wijn heet melon de Bourgogne en komt zoals zijn naam doet vermoeden oorspronkelijk uit de Bourgogne. In 1709, na een vreselijke vorst, verliet de druif dit gebied.
De druif Melon de Bourgogne vindt zijn oorsprong in de Bourgogne. Toen in de koude winter van 1709 de meeste wijnstokken in de Bourgogne bevroren, verhuisde de Melon de Bourgogne naar de Loirestreek. Deze wijn rijpt op zijn gistcellen voor zes maanden.